Citaat | Hoge Raad 20 september 2005
Alinea 18 Hoge Raad 20 september 2005
Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT8049.
3.3. Voorzover het middel de klacht bevat dat uit de aan de Hoge Raad gezonden stukken van het dossier niet kan worden afgeleid dat ten aanzien van genoemde [verdachte] is voldaan aan de voormelde door art. 552a, vijfde lid, Sv gestelde eis, mist de klager daarbij belang, terwijl voorts de positie van genoemde [verdachte] in dit geval, waarin het beklag door de Rechtbank ongegrond is verklaard, door het gestelde verzuim niet kan zijn geschaad, zodat die klacht niet tot cassatie kan leiden (vgl. HR 28 november 1995, NJ 1996, 383 en HR 1 oktober 2002, NJ 2002, 616).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcc233341624d0c09f49879ac2904c697f6d3e1fdbed1d39219fdf8dcdf5ead4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcc233341624d0c09f49879ac2904c697f6d3e1fdbed1d39219fdf8dcdf5ead4, en de alinea staat in dat document op bytes 8949 tot 9533.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcc233341624d0c09f49879ac2904c697f6d3e1fdbed1d39219fdf8dcdf5ead4 | shasum -a 256