Citaat | Hoge Raad 20 september 2005

Alinea 24 Hoge Raad 20 september 2005

Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT8049.

"De rechtbank overweegt op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting het volgende. Klager heeft gesteld dat hij de personenauto met geleend geld heeft aangekocht en heeft voorzien van een HIFI-installatie - in totaal heeft de auto EUR 66.000,00 gekost - en dat hij die personenauto aan zijn volle neef, [verdachte], heeft uitgeleend. Op de bankrekening van klager zijn in december 2003 vijf contante stortingen gedaan, waarbij het in totaal om EUR 45.700 is gegaan. Voorts heeft klager tussen september 2003 en januari 2004 een inkomen genoten dat is gelegen tussen EUR 1.562,70 en EUR 2.144,41; berekend op jaarbasis heeft diens gemiddelde netto inkomen ten tijde van de aankoop van de auto derhalve ongeveer EUR 23.000 netto bedragen. Uit de opgenomen en afgeluisterde telefoongesprekken van voornoemde [verdachte] van 20 april 2004 blijkt [verdachte] te spreken over een golf die 70 duizend heeft gekost en die hij niet in de verkoop wil doen. De rechtbank houdt het ervoor dat [verdachte], die de personenauto gebruikte, in deze gesprekken doelt op de onderhavige personenauto. [Verdachte] heeft verder, zo blijkt uit de verklaring van getuige [getuige 1], het navigatiesysteem en de HIFI-installatie in de personenauto laten plaatsen en daarvoor EUR 11.500 contant betaald. Daarnaast blijkt uit een opgenomen en afgeluisterd telefoongesprek van 17 april 2004 dat de moeder van [verdachte] 30.000 EUR van zijn geld had besteed. Uit het voorgaande leidt de rechtbank derhalve af dat [verdachte] de personenauto niet alleen heeft gebruikt, maar daarover ook verdergaande beschikkingsmacht heeft gehad. [Verdachte] heeft daarnaast beschikt over een aanzienlijk bedrag aan contant geld, terwijl hij ten tijde daarvan slechts een bijstandsuitkering heeft genoten. Niet duidelijk is geworden van wie de bedragen die in december 2003 op de rekening van klager zijn gestort en waarmee volgens klager de aankoop van de personenauto is bekostigd, afkomstig zijn geweest. In elk geval komt het erop neer dat klager bijna drie netto jaarsalarissen aan de personenauto zou hebben besteed en dit nu acht de rechtbank, mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen over de wijze waarop [verdachte] over de auto beschikte, niet aannemelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcc233341624d0c09f49879ac2904c697f6d3e1fdbed1d39219fdf8dcdf5ead4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcc233341624d0c09f49879ac2904c697f6d3e1fdbed1d39219fdf8dcdf5ead4, en de alinea staat in dat document op bytes 10322 tot 12571.