Citaat | Hoge Raad 20 september 2005
Alinea 40 Hoge Raad 20 september 2005
Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT8049.
Het voorgestelde artikel stelt drie voorwaarden aan het beslag onder een derde. Ten eerste moet het gaan om voorwerpen die onmiddellijk of middellijk afkomstig zijn van het misdrijf in verband waarmee de geldboete kan worden opgelegd of het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden ontnomen. Verder dienen er voldoende aanwijzingen te zijn dat die voorwerpen aan de ander zijn gaan toebehoren met het doel de uitwinning van de voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen, anders gezegd: dat ze bij een schijnconstructie zijn betrokken. Ten slotte dient die ander op het tijdstip van het gaan toebehoren te hebben geweten of redelijkerwijze te hebben kunnen vermoeden dat de voorwerpen van enig misdrijf afkomstig waren. Voor de goede orde zij vermeld dat "een ander" ook een rechtspersoon kan zijn. Het doel van de constructie is het bemoeilijken of verhinderen van de uitwinning van het voorwerp. Het doel kan rechtstreeks blijken, bijvoorbeeld uit een mededeling van betrokkene of de ander. Indien echter niet rechtstreeks van het doel blijkt, dan zal het afgeleid kunnen worden uit de omstandigheden. Daarbij valt te denken aan het gaan toebehoren van het
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcc233341624d0c09f49879ac2904c697f6d3e1fdbed1d39219fdf8dcdf5ead4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcc233341624d0c09f49879ac2904c697f6d3e1fdbed1d39219fdf8dcdf5ead4, en de alinea staat in dat document op bytes 16594 tot 17772.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcc233341624d0c09f49879ac2904c697f6d3e1fdbed1d39219fdf8dcdf5ead4 | shasum -a 256