Citaat | Hoge Raad 20 september 2005
Alinea 44 Hoge Raad 20 september 2005
Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT8049.
Voorkomen moet worden dat de derde die te goeder trouw is door het beslag c.q. de uitwinning getroffen wordt. Daarom wordt de eis gesteld dat die derde ten tijde van het gaan toebehoren wist of redelijkerwijze kon vermoeden dat het voorwerp van misdrijf afkomstig is. Ten aanzien van zijn subjectieve gesteldheid wil daarmee uitgedrukt zijn dat de bepaling ook van toepassing is op degene die gezien de omstandigheden op de gedachte had moeten komen dat de legale herkomst van het voorwerp twijfelachtig is. Niet wordt de eis gesteld dat hij ook zelf het verband legt tussen het voorwerp en de terzake van het misdrijf mogelijke ontneming. Het bestaan van dat verband moet overigens wel komen vast te staan. Voornoemde eisen komen er op neer dat in de gevallen waarin de ander zich heeft schuldig gemaakt aan bepaalde vormen van witwassen of heling, conservatoir beslag bij die ander mogelijk wordt zonder dat een aparte strafzaak tegen die ander begonnen behoeft te worden. Dit heeft evident voordelen. Voor het terughalen van het gehele voordeel van de bij de ontneming betrokkene is men dan niet afhankelijk van de wederwaardigheden in de strafzaak en eventuele ontnemingszaak van de ander. Tegen malafide vermogensverschuivingen kan aldus effectiever opgetreden worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcc233341624d0c09f49879ac2904c697f6d3e1fdbed1d39219fdf8dcdf5ead4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcc233341624d0c09f49879ac2904c697f6d3e1fdbed1d39219fdf8dcdf5ead4, en de alinea staat in dat document op bytes 19122 tot 20408.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcc233341624d0c09f49879ac2904c697f6d3e1fdbed1d39219fdf8dcdf5ead4 | shasum -a 256