Citaat | Hoge Raad 20 september 2005
Alinea 56 Hoge Raad 20 september 2005
Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT8049.
4.7. Ook de tweede klacht faalt. In het licht van de hiervoor weergegeven totstandkomingsgeschiedenis van art. 94a, derde lid, Sv dient de rechter wat betreft het in het daar onder c gestelde vereiste te beoordelen of de beslagene ten tijde van het aan hem gaan toebehoren van het voorwerp wist dan wel, in de woorden van de Memorie van Toelichting, "gezien de omstandigheden op de gedachte had moeten komen dat de legale herkomst van het voorwerp twijfelachtig is". In dit verband geeft de klacht blijk van een onjuiste lezing van de bestreden beschikking, in aanmerking genomen dat de Rechtbank haar bestreden oordeel klaarblijkelijk niet alleen heeft doen steunen op de in de klacht bedoelde omstandigheid, maar tevens op hetgeen de Rechtbank overigens heeft vastgesteld, waaronder de wijze waarop kennelijk in de koopprijs van de auto is voorzien en de manier waarop de verdachte [verdachte] daarover beschikte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcc233341624d0c09f49879ac2904c697f6d3e1fdbed1d39219fdf8dcdf5ead4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcc233341624d0c09f49879ac2904c697f6d3e1fdbed1d39219fdf8dcdf5ead4, en de alinea staat in dat document op bytes 25096 tot 26024.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcc233341624d0c09f49879ac2904c697f6d3e1fdbed1d39219fdf8dcdf5ead4 | shasum -a 256