Citaat | Hoge Raad 18 november 2005

Alinea 40 Hoge Raad 18 november 2005

Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT8240.

3.3 Onderdeel 1 van het middel klaagt dat onbegrijpelijk is 's hofs in rov. 9 neergelegde oordeel dat tussen partijen in confesso is dat de verjaringstermijn van art. 3:105 BW op 18 februari 1981 een aanvang heeft genomen. Het klaagt dat de door het hof bedoelde passage uit de conclusie na enquête is hersteld in de memorie van antwoord in hoger beroep, althans in die zin is gepreciseerd dat de verjaring in elk geval niet in het kalenderjaar 1981 kan zijn aangevangen. Deze klacht slaagt. [eiser] c.s. hebben bij memorie van antwoord in hoger beroep onder meer aangevoerd:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d080bc6bf5e4c9130edc37d807c41cd0d007addb8fbe58462adf1add184fb95c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d080bc6bf5e4c9130edc37d807c41cd0d007addb8fbe58462adf1add184fb95c, en de alinea staat in dat document op bytes 12573 tot 13162.