Citaat | Hoge Raad 25 november 2005

Alinea 44 Hoge Raad 25 november 2005

Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT8782.

Het hof heeft deze maatstaven klaarblijkelijk aan zijn beoordeling van het geschil tussen partijen ten grondslag gelegd. Het is mitsdien van een juiste rechtsopvatting uitgegaan ter beoordeling van de rechtmatigheid van het handelen van Eternit. Zijn oordeel is ook niet onbegrijpelijk gemotiveerd, nu het in rov. 4.7 van zijn arrest (a) heeft overwogen dat al uit de memorie van toelichting bij het ontwerp uit 1949 van de Silicosewet blijkt van het gevaar van verspreiding van asbesthoudende stof bij het vervaardigen en het verzagen van asbestcementplaten, en (b) heeft vastgesteld dat Eternit een internationaal opererend bedrijf was en dat in 1970-1971 in elk geval onder deskundigen bekend was dat vrijkomend asbest mesothelioom zou kunnen veroorzaken. Hieraan voegde het hof nog toe dat de directeur van Eternit deze wetenschap al vóór 1971 feitelijk moet hebben gehad. Het met deze vaststellingen verweven oordeel van het hof dat het onder de gegeven omstandigheden ernstig verwijtbaar was dat Eternit het publiek niet heeft gewaarschuwd voor de aan haar bekende gezondheidsrisico's die aan asbeststof zijn verbonden, welke risico's onder meer ontstaan bij het verzagen van asbestcementplaten, is evenmin onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8abecdfa8d8b3fc7eb80e4cb5b1c8e066d32d7e684c7987499339314be592bc9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8abecdfa8d8b3fc7eb80e4cb5b1c8e066d32d7e684c7987499339314be592bc9, en de alinea staat in dat document op bytes 12751 tot 13994.