Citaat | Hoge Raad 20 september 2005
Alinea 27 Hoge Raad 20 september 2005
Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT9028.
3.3.2. Bij het uitleveringsverzoek is overeenkomstig art. 9, derde lid onder b, van het Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika van 24 juni 1980 (Trb. 1980, 111) (hierna: het Verdrag) het bewijsmateriaal gevoegd, zoals weergegeven in het Affidavit van 26 mei 2004, zoals afgelegd door U.S. Drug Enforcement Special Agent William J. Kivlehan tegenover de U.S. Magistrate Judge in het Southern District of New York. Voorafgaand aan de hiervoor onder 3.2 weergegeven beslissing in de einduitspraak heeft het Hof in een tussenbeslissing van 20 oktober 2004 de verzoekende Staat in de gelegenheid gesteld aanvullend bewijsmateriaal over te leggen met betrekking tot hetgeen in de Overt Acts onder a. en b. is vermeld. In reactie daarop heeft de verzoekende Staat bij brief van 2 november 2004 aan de Procureur-Generaal een verklaring doen toekomen van Neil M. Barofsky, werkzaam bij het U.S. Department of Justice, United States Attorney's Office, Southern District of New York. Deze verklaring houdt, voorzover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d372e73d753c029723c7b279eec09195436bbdcd56be2876e13d162c1adeba7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d372e73d753c029723c7b279eec09195436bbdcd56be2876e13d162c1adeba7, en de alinea staat in dat document op bytes 12286 tot 13422.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3d372e73d753c029723c7b279eec09195436bbdcd56be2876e13d162c1adeba7 | shasum -a 256