Citaat | Hoge Raad 20 september 2005
Alinea 37 Hoge Raad 20 september 2005
Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT9028.
3.4. In zijn hiervoor onder 3.2 weergegeven overwegingen heeft het Hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat niet is voldaan aan de door art. 9, derde lid onder b, van het Verdrag gestelde eis dat bij een verzoek tot uitlevering met betrekking tot een persoon die wordt gezocht met het oog op vervolging, het bewijsmateriaal dient te worden gevoegd dat, volgens het recht van de aangezochte Staat, de aanhouding en dagvaarding van die persoon zou rechtvaardigen indien het feit in die Staat zou zijn gepleegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d372e73d753c029723c7b279eec09195436bbdcd56be2876e13d162c1adeba7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d372e73d753c029723c7b279eec09195436bbdcd56be2876e13d162c1adeba7, en de alinea staat in dat document op bytes 17694 tot 18224.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3d372e73d753c029723c7b279eec09195436bbdcd56be2876e13d162c1adeba7 | shasum -a 256