Citaat | Hoge Raad 20 september 2005

Alinea 38 Hoge Raad 20 september 2005

Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT9028.

3.5. Vooropgesteld moet worden dat als maatstaf bij de toepassing van deze bepaling heeft te gelden of, indien de opgeëiste persoon voor een Nederlands-Antilliaanse rechter zou zijn vervolgd, het niet hoogst onwaarschijnlijk zou zijn dat deze, later oordelend, door de voor hem geleverde bewijsvoering de tenlastegelegde feiten geheel of gedeeltelijk bewezen zou achten (vgl. HR 1 februari 1994, NJ 1994, 266 en HR 19 april 2005, LJN AT4110).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d372e73d753c029723c7b279eec09195436bbdcd56be2876e13d162c1adeba7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d372e73d753c029723c7b279eec09195436bbdcd56be2876e13d162c1adeba7, en de alinea staat in dat document op bytes 18244 tot 18700.