Citaat | Hoge Raad 20 september 2005

Alinea 41 Hoge Raad 20 september 2005

Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT9028.

3.8. Gelet op het voorgaande en in aanmerking genomen hetgeen hiervoor onder 3.5 is vooropgesteld, is onjuist het oordeel van het Hof dat de uitlevering ter zake van hetgeen in het hiervoor bedoelde Indictment is vermeld onder Count 1 en 2 Overt Acts onder a. en b. niet toelaatbaar is aangezien niet is voldaan aan de door art. 9, derde lid onder b, van het Verdrag gestelde eis. Het door de verzoekende Staat bij het verzoek tot uitlevering gevoegde bewijsmateriaal, zoals hiervoor onder 3.3.1 samengevat alsmede hetgeen onder 3.3.2. is weergegeven, kan bezwaarlijk tot een andere gevolgtrekking leiden dan dat, indien de opgeëiste persoon voor een Nederlands-Antilliaanse rechter zou zijn vervolgd, het niet hoogst onwaarschijnlijk zou zijn dat deze, later oordelend, door de voor hem geleverde bewijsvoering de tenlastegelegde feiten geheel of gedeeltelijk bewezen zou achten, ook voor wat betreft genoemde Counts.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d372e73d753c029723c7b279eec09195436bbdcd56be2876e13d162c1adeba7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d372e73d753c029723c7b279eec09195436bbdcd56be2876e13d162c1adeba7, en de alinea staat in dat document op bytes 19644 tot 20576.