Citaat | Hoge Raad 20 september 2005

Alinea 46 Hoge Raad 20 september 2005

Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT9028.

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist. Daarbij heeft de Hoge Raad in aanmerking genomen dat er in cassatie niet over is geklaagd dat de bestreden einduitspraak mede is gewezen door een rechter die niet heeft meegewerkt aan de tussenbeslissing waarop de einduitspraak voortbouwt, en dat deze handelwijze in het onderhavige geval - betreffende een uitleveringszaak - gelet op de wijze waarop het onderhavige uitleveringsverzoek is behandeld en hetgeen in dat kader door en namens de opgeëiste persoon naar voren is gebracht, niet noopt tot gebruikmaking van de bevoegdheid de bestreden einduitspraak ambtshalve te vernietigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d372e73d753c029723c7b279eec09195436bbdcd56be2876e13d162c1adeba7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d372e73d753c029723c7b279eec09195436bbdcd56be2876e13d162c1adeba7, en de alinea staat in dat document op bytes 21279 tot 22075.