Citaat | Hoge Raad 23 december 2005
Alinea 151 Hoge Raad 23 december 2005
Een alinea uit Hoge Raad 23 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3713.
Anders dan de Bank in cassatie heeft aangevoerd, behoefde het hof bij zijn beoordeling of met het oog op de op de voet van art. 3:305a BW gevorderde verklaring voor recht de gelijksoortigheid van de belangen van de beleggers toereikend was, niet te betrekken of en in welke mate de Bank tegenover individuele beleggers eventueel tot schadevergoeding in geld gehouden zou zijn. Anders dan de onderdelen betogen, behoefde het hof zich ook niet nader te begeven in een beoordeling van de stellingen van de Bank met betrekking tot individuele verschillen tussen de beleggers. Het hof heeft immers, niet onbegrijpelijk, geoordeeld dat de door de Bank gestelde (mogelijke) verschillen in hoedanigheid of deskundigheid van de beleggers en in het tijdstip waarop een belegger met Safe Haven in zee is gegaan en het gestelde verschil tussen beleggers die wel of niet cliënt van de Bank waren, niet kunnen afdoen aan het gelijksoortige belang van de beleggers bij de gevorderde verklaring voor recht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/623bf016cbcf7c0ba8fa15b35e40f74588df5f57f126ac52c378f99b787033c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 623bf016cbcf7c0ba8fa15b35e40f74588df5f57f126ac52c378f99b787033c9, en de alinea staat in dat document op bytes 53629 tot 54633.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/623bf016cbcf7c0ba8fa15b35e40f74588df5f57f126ac52c378f99b787033c9 | shasum -a 256