Citaat | Hoge Raad 23 december 2005

Alinea 97 Hoge Raad 23 december 2005

Een alinea uit Hoge Raad 23 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3713.

3.11.4 Het hof acht de grieven die zich richten tegen de verwerping van het betoog van de Stichting dat de Bank jegens de beleggers toerekenbaar is tekortgeschoten dan wel onrechtmatig heeft gehandeld terecht voorgedragen, voor zover zij erover klagen dat de rechtbank heeft miskend dat de Bank van medio 1996 tot augustus 1998 wist, althans behoorde te weten, dat [verweerder 2] en [verweerder 3] onder de vlag van Safe Haven beleggingsactiviteiten ontplooiden zonder over de daartoe vereiste vergunning te beschikken en dat de Bank die situatie ongemoeid heeft gelaten; ten aanzien van die activiteiten staat vast dat in de genoemde periode miljoenen guldens door beleggers op de rekening zijn gestort, waarna deze in opdracht van [verweerder 3] of [verweerder 2] door de Bank naar andere bankrekeningen werden overgemaakt teneinde - veelal in futures en opties - te worden belegd (rov. 4.26-4.27). In rov. 4.28.1-4.28.7 bespreekt het hof een aantal getuigenverklaringen waaruit de bedoelde wetenschap van de Bank kan worden afgeleid. Vervolgens overweegt het hof:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/623bf016cbcf7c0ba8fa15b35e40f74588df5f57f126ac52c378f99b787033c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 623bf016cbcf7c0ba8fa15b35e40f74588df5f57f126ac52c378f99b787033c9, en de alinea staat in dat document op bytes 25092 tot 26171.