Citaat | Hoge Raad 13 december 2005

Alinea 27 Hoge Raad 13 december 2005

Een alinea uit Hoge Raad 13 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU5757.

4.5. De klacht berust, blijkens de daarop gegeven toelichting, op de opvatting dat spuwen in het gezicht, zoals in de onderhavige zaak bewezen is verklaard, geen mondelinge belediging oplevert in de zin van art. 266, eerste lid, Sr, maar belediging door een feitelijkheid in de zin van die bepaling. Die opvatting is juist (vgl. H.J. Smidt, Geschiedenis van het Wetboek van Strafrecht, II, 1881, p. 367). Aangenomen moet derhalve worden dat de term "mondeling" als gevolg van een misslag in de tenlastelegging en de bewezenverklaring is opgenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ebab0802007e20642c941a3fc19b2ad29a9c67825b0cae9ff6605c03e457b57. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ebab0802007e20642c941a3fc19b2ad29a9c67825b0cae9ff6605c03e457b57, en de alinea staat in dat document op bytes 9327 tot 9887.