Citaat | Hoge Raad 13 december 2005

Alinea 28 Hoge Raad 13 december 2005

Een alinea uit Hoge Raad 13 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU5757.

4.6. Uit het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep zowel als in eerste aanleg blijkt dat bij de verdachte geen onduidelijkheid heeft bestaan over hetgeen hem wordt verweten, terwijl het onderscheid tussen een mondelinge belediging en een belediging door feitelijkheden voor de strafrechtelijke betekenis van het bewezenverklaarde niet van belang is. In aanmerking genomen dat de verdachte, gelet op het vorenoverwogene, daardoor niet in zijn verdediging is geschaad, leest de Hoge Raad de bewezenverklaring met verbetering van de in 4.5 vermelde misslag en derhalve zonder het daarin opgenomen woord "mondeling". Dat brengt mee dat het middel in zoverre niet tot cassatie kan leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ebab0802007e20642c941a3fc19b2ad29a9c67825b0cae9ff6605c03e457b57. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ebab0802007e20642c941a3fc19b2ad29a9c67825b0cae9ff6605c03e457b57, en de alinea staat in dat document op bytes 9907 tot 10612.