Citaat | Hoge Raad 15 december 2006
Alinea 16 Hoge Raad 15 december 2006
Een alinea uit Hoge Raad 15 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AS3588.
3.2. Het middel kan echter niet tot cassatie leiden. Het Hof heeft geoordeeld dat met betrekking tot carnets TIR aan de aangever mededeling moet worden gedaan omtrent het te leveren bewijs over de plaats van de overtreding of de onregelmatigheid, dat voor deze bewijslevering een termijn van een jaar geldt, en dat in geval een zodanige mededeling niet is gedaan, dat verzuim tot gevolg heeft dat geen uitnodiging tot betaling mag worden uitgereikt. Gelet op de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, met name de arresten van 21 oktober 1999, Lensing & Brockhausen, C-233/98, Jurispr. (1999) blz. I-7349 en van 23 maart 2000, Met-Trans en Sagpol, C-310/98 en C-406/98, Jurispr. 2000, blz. I-1797 (zie ook HR 11 april 2003, nr. 37519, BNB 2003/252) zijn deze oordelen juist. Nu in cassatie niet is bestreden 's Hofs vaststelling dat de Inspecteur belanghebbende niet in de gelegenheid heeft gesteld binnen een jaar het in artikel 454, lid 3, van de UCDW bedoelde bewijs te leveren, heeft het Hof terecht de uitnodigingen tot betaling vernietigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c11d40e049b15bf084e911c7aa65862fd18d1c71cce1bb120ae014e6f66cc6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c11d40e049b15bf084e911c7aa65862fd18d1c71cce1bb120ae014e6f66cc6a, en de alinea staat in dat document op bytes 6799 tot 7890.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2c11d40e049b15bf084e911c7aa65862fd18d1c71cce1bb120ae014e6f66cc6a | shasum -a 256