Citaat | Hoge Raad 14 april 2006
Alinea 63 Hoge Raad 14 april 2006
Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AT7672.
5.2.6. Voorts rijst de vraag of op kapitaalverkeer naar en vanuit derde landen het verbod van artikel 56 EG in gelijke zin uitwerkt als op kapitaalverkeer binnen de EG en de EER. Meer in het bijzonder is het de vraag of aan de vergelijkbaarheid van de fiscale behandeling van interne situaties met die van grensoverschrijdende situaties in de weg kan staan dat de lidstaat die het betreft, een offer zou moeten brengen zonder dat daartegenover staat dat in een gelijk geval het derde land, dat immers niet gebonden is aan het EG-Verdrag, een gelijk offer moet brengen. Zo dat niet het geval is, is desniettemin te verdedigen dat door het ontbreken van wederkerigheid in de relatie tussen de betrokken landen de in de zaak Manninen aangevoerde rechtvaardigingsgronden, welke door het Hof van Justitie zijn verworpen, in een ander licht komen te staan. Anders dan in situaties van kapitaalverkeer tussen twee, beide aan het EG-Verdrag gebonden landen, heeft een onverkorte toepasselijkheid van artikel 56 in situaties van verkeer tussen een EG-lidstaat en een derde land tot gevolg dat naast een eventueel tussen die landen geldend belastingverdrag ook het evenwicht tussen beide landen wat betreft de mogelijkheid van belastingheffing wordt doorkruist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96c802ced6de5f16c2a4d323e2a707e6bc2a04c7f046b2facb01c27c6e353d31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96c802ced6de5f16c2a4d323e2a707e6bc2a04c7f046b2facb01c27c6e353d31, en de alinea staat in dat document op bytes 28497 tot 29761.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/96c802ced6de5f16c2a4d323e2a707e6bc2a04c7f046b2facb01c27c6e353d31 | shasum -a 256