Citaat | Hoge Raad 20 januari 2006

Alinea 46 Hoge Raad 20 januari 2006

Een alinea uit Hoge Raad 20 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU3721.

3.5 De tweede klacht van het eerste middel houdt in dat art. 6 EVRM is geschonden omdat de rechter-commissaris in het onderhavige geval niet als "impartial tribunal" in de zin van dit verdragsartikel kan worden aangeduid, nu deze in de drie faillissementen is betrokken en zijn eerdere bemoeienissen objectief gezien twijfel aan zijn onpartijdigheid rechtvaardigen. De enkele omstandigheid dat de rechter-commissaris in een procedure als de onderhavige al eerder bemoeienis heeft gehad met een zaak, is onvoldoende om objectief gezien de vrees voor partijdigheid te rechtvaardigen. Andere omstandigheden op grond waarvan deze vrees kan worden aangenomen, worden in de klacht niet aangevoerd. Daarenboven zij opgemerkt dat de in de onderhavige procedure betrokken rechter-commissaris een andere is dan de rechter-commissaris die aan de overeenkomst van 26 mei 2004 zijn goedkeuring heeft verleend. De klacht faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d6f6261219ea6a31775044aa8e7780de48d5153aaa29f395fbf5d38470c4ba3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d6f6261219ea6a31775044aa8e7780de48d5153aaa29f395fbf5d38470c4ba3, en de alinea staat in dat document op bytes 13003 tot 13938.