Citaat | Hoge Raad 14 april 2006

Alinea 44 Hoge Raad 14 april 2006

Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU6521.

3.4.1 Onderdeel 2 klaagt dat, indien moet worden aangenomen dat het hof bij zijn beoordeling van de aard van de op [verweerster] rustende verbintenis niet is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, het hof een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd ter bepaling of de Gemeente aan [verweerster] loon verschuldigd was. Meer in het bijzonder klaagt het onderdeel dat het hof is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting door te beslissen dat er slechts dan geen aanleiding kan zijn [verweerster] de gevorderde vergoeding toe te kennen indien zij zich zonder goede grond zou hebben onttrokken aan de beraadslaging met haar mededeskundigen om tot een gezamenlijk advies te komen, dan wel anderszins de totstandkoming van een dergelijk advies zou hebben gefrustreerd of belemmerd. Beslissend is, aldus het onderdeel, of [verweerster] de verbintenis is nagekomen met een, alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, redelijke mate van zorg. Daarop voortbouwend richt het onderdeel zich tegen rov. 3.4 met de klacht dat het oordeel van het hof dat de door [verweerster] ingezonden taxatierapporten niet van belang zijn bij de beoordeling van zijn aanspraak op honorarium, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting omdat die rapporten inzicht bieden in de vraag of [verweerster] bij de uitvoering van de opdracht een redelijke mate van zorg heeft betracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc24907597448c66013975d142229de6c17b8c76b9061a29dcd00bad405ed552. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc24907597448c66013975d142229de6c17b8c76b9061a29dcd00bad405ed552, en de alinea staat in dat document op bytes 15932 tot 17306.