Citaat | Hoge Raad 4 april 2006
Alinea 19 Hoge Raad 4 april 2006
Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV0397.
"Anders dan de Advocaat-Generaal in zijn conclusie stelt dient voor het bewijs van het vermeende voordeel niet het criterium van art. 36 e lid 3 Sr. tot uitgangspunt te worden genomen maar het criterium dat vervat is in art. 36 e lid 2 Sr. Immers, de voordeelsberekening ziet in het geheel niet op 'andere strafbare feiten' maar uitsluitend op 'soortgelijke feiten'. En dan moet als criterium worden toegepast het bestaan van 'voldoende aanwijzingen' dat die feiten door kliënt zijn begaan."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b5ff2de3032e4bebb63aba7b5d696553d331c92f1cc718f90043ceea7215976e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b5ff2de3032e4bebb63aba7b5d696553d331c92f1cc718f90043ceea7215976e, en de alinea staat in dat document op bytes 7244 tot 7750.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b5ff2de3032e4bebb63aba7b5d696553d331c92f1cc718f90043ceea7215976e | shasum -a 256