Citaat | Hoge Raad 4 april 2006

Alinea 24 Hoge Raad 4 april 2006

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV0397.

Het hof baseert zich bij de vaststelling van dit voordeel op het proces-verbaal Strafrechtelijk Financieel Onderzoek van 31 oktober 2001, opgemaakt door E.J. Lamberts, inspecteur van politie, werkzaam als financieel deskundige bij het Bureau Financiële Ondersteuning "Noord Nederland", regiopolitie Drenthe. In dit proces-verbaal is het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, op basis van het verschil tussen inkomsten en uitgaven van veroordeelde in de periode vanaf 1 januari 2000 tot en met 25 januari 2001, berekend. Aangezien tegenover de vastgestelde uitgaven ad ƒ 149.840,68 geen bekende legale inkomstenbron van veroordeelde staat, is het aannemelijk dat deze uitgaven door veroordeelde gedaan konden worden uit wederrechtelijke genoten inkomsten uit andere strafbare feiten."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b5ff2de3032e4bebb63aba7b5d696553d331c92f1cc718f90043ceea7215976e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b5ff2de3032e4bebb63aba7b5d696553d331c92f1cc718f90043ceea7215976e, en de alinea staat in dat document op bytes 8718 tot 9602.