Citaat | Hoge Raad 4 april 2006

Alinea 26 Hoge Raad 4 april 2006

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV0397.

"2. De verplichting kan worden opgelegd aan de in het eerste lid bedoelde persoon die voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van het daar bedoelde strafbare feit of soortgelijke feiten of feiten waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door hem zijn begaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b5ff2de3032e4bebb63aba7b5d696553d331c92f1cc718f90043ceea7215976e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b5ff2de3032e4bebb63aba7b5d696553d331c92f1cc718f90043ceea7215976e, en de alinea staat in dat document op bytes 9707 tot 10073.