Citaat | Hoge Raad 4 april 2006
Alinea 29 Hoge Raad 4 april 2006
Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV0397.
"In het derde lid schuilt mogelijk het meest verstrekkende onderdeel van het wetsvoorstel. Dit onderdeel houdt in dat in gevallen waarin volgens de geldende normen van bewijslevering door de rechter is vastgesteld dat een verdachte een misdrijf heeft begaan waarop naar de wettelijke omschrijving een geldboete van de hoogste (vijfde) categorie kan worden opgelegd, daarin aanleiding kan worden gevonden hem mede aansprakelijk te stellen, niet alleen voor het wederrechtelijk voordeel dat hij uit dat misdrijf of eventuele soortgelijke misdrijven heeft getrokken, maar ook voor enigerlei andere wederrechtelijke verrijking, hoe en wanneer ook verkregen. Er behoeft derhalve in zo'n geval geen rechtstreekse relatie te worden aangetoond tussen al het voor ontneming in aanmerking te brengen wederrechtelijk verkregen voordeel en het feit - of eventueel soortgelijke feiten waarvoor de betrokkene is vervolgd en veroordeeld."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b5ff2de3032e4bebb63aba7b5d696553d331c92f1cc718f90043ceea7215976e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b5ff2de3032e4bebb63aba7b5d696553d331c92f1cc718f90043ceea7215976e, en de alinea staat in dat document op bytes 10895 tot 11831.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b5ff2de3032e4bebb63aba7b5d696553d331c92f1cc718f90043ceea7215976e | shasum -a 256