Citaat | Hoge Raad 4 april 2006
Alinea 38 Hoge Raad 4 april 2006
Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV0397.
4.2. Het middel faalt omdat het uitgaat van een eis die de wet niet kent. Bij toepassing van art. 36e, derde lid, Sr geldt voor wat betreft de daargenoemde "andere feiten" immers als maatstaf of gelet op het strafrechtelijk financieel onderzoek aannemelijk is dat dergelijke feiten er op enigerlei wijze toe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Geen rechtsregel schrijft voor dat uit de inhoud van de wettige bewijsmiddelen waaraan de rechter de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft ontleend, moet blijken om welke andere feiten het gaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b5ff2de3032e4bebb63aba7b5d696553d331c92f1cc718f90043ceea7215976e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b5ff2de3032e4bebb63aba7b5d696553d331c92f1cc718f90043ceea7215976e, en de alinea staat in dat document op bytes 13302 tot 13914.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b5ff2de3032e4bebb63aba7b5d696553d331c92f1cc718f90043ceea7215976e | shasum -a 256