Citaat | Hoge Raad 27 januari 2006

Alinea 27 Hoge Raad 27 januari 2006

Een alinea uit Hoge Raad 27 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV0408.

's Hofs oordeel, dat uitgaat van een verder strekkende betekenis van de in artikel 7, lid 4, van de Wet bedoelde beschikking, geeft dan ook blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Belastingplichtigen, die daarbij belang hebben, kunnen ook in een procedure als de onderhavige ter zake van een naheffingsaanslag omzetbelasting zich erop beroepen dat zij als één belastingplichtige moeten worden aangemerkt, omdat zij in het tijdvak waarop de aanslag betrekking heeft, in financieel, organisatorisch en economisch opzicht nauw met elkaar verbonden zijn. In dat geval dient de juistheid van die stelling te worden beoordeeld en kan, zo de stelling juist wordt bevonden, aan de betrokken belanghebbende(n) niet worden tegengeworpen dat de inspecteur (nog) niet een beschikking ingevolge artikel 7, lid 4, van de Wet heeft afgegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce1f2ca9086cc08434a204d44f6109b110b6d2f4d80d7a667b384c8b7bf8cd5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce1f2ca9086cc08434a204d44f6109b110b6d2f4d80d7a667b384c8b7bf8cd5d, en de alinea staat in dat document op bytes 10715 tot 11557.