Citaat | Hoge Raad 31 januari 2006

Alinea 30 Hoge Raad 31 januari 2006

Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV0613.

Bij de waardering van drie overgelegde verklaringen van [getuige 2] verdient opmerking dat die in zijn eigen strafzaak - dus niet onder ede - zijn afgelegd, terwijl die verklaringen neerkomen op een ontkenning van zijn betrokkenheid bij het strafbare feit. De omstandigheid dat [getuige 2] niettemin ter zake van dat strafbare feit is veroordeeld noopt tot behoedzaamheid bij de beoordeling van de waarheidsgetrouwheid van diens verklaringen. De enkele omstandigheid dat [getuige 2] heeft verklaard dat [getuige 1] hem heeft verteld dat "het hele verhaal rond [aanvrager] een verzinsel is geweest" en dat de reden daarvoor was dat hij, [getuige 1], strafvermindering zou krijgen, is onvoldoende om aan te nemen dat de voor het bewijs gebezigde verklaringen van [getuige 1] niet de waarheid behelzen, te meer nu het Hof die verklaringen tegen de achtergrond van de door de Staat met hem gesloten overeenkomst ampel en uitdrukkelijk op hun betrouwbaarheid heeft getoetst. Voorts is van belang dat waar de betrokkenheid van de aanvrager vooral steunt op de beschrijving van [getuige 1] van een drietal ontmoetingen met de aanvrager, die ontmoetingen door [getuige 2] op geen enkele wijze worden weersproken. Uit de overgelegde latere verklaring van [getuige 1] blijkt niet dat hij terugkomt van zijn in de strafzaak tegen de aanvrager afgelegde en voor het bewijs gebezigde verklaringen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b033557f7a24e4b315c62a1cc91a6289302543be834777add4c4e33427bbfa5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b033557f7a24e4b315c62a1cc91a6289302543be834777add4c4e33427bbfa5, en de alinea staat in dat document op bytes 12011 tot 13409.