Citaat | Hoge Raad 31 januari 2006
Alinea 34 Hoge Raad 31 januari 2006
Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV0613.
5.2. De eerste grond komt kennelijk hierop neer dat uit nieuw bekend geworden feiten blijkt dat het Openbaar Ministerie in de strafzaak wat betreft de met de getuige [1] getroffen overeenkomst ernstig is te kort geschoten door aan het Hof geen volledige opening van zaken te geven. Ware de rechter daarmee bekend geweest, dan zou dat, aldus de aanvrage, geleid hebben tot niet-ontvankelijk-verklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging, althans tot vrijspraak. In dat verband wordt in de aanvrage tevens de stelling betrokken dat uit genoemde feiten volgt dat de in de strafzaak tegen de aanvrager door [getuige 1] afgelegde verklaringen niet overeenkomstig de waarheid zijn afgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b033557f7a24e4b315c62a1cc91a6289302543be834777add4c4e33427bbfa5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b033557f7a24e4b315c62a1cc91a6289302543be834777add4c4e33427bbfa5, en de alinea staat in dat document op bytes 13686 tot 14394.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7b033557f7a24e4b315c62a1cc91a6289302543be834777add4c4e33427bbfa5 | shasum -a 256