Citaat | Hoge Raad 31 januari 2006

Alinea 35 Hoge Raad 31 januari 2006

Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV0613.

5.3. In de tweede plaats berust de aanvrage - kennelijk al dan niet in samenhang met de eerste grond - op een op 2 mei 2005 ten overstaan van mr. Weski afgelegde verklaring van [getuige 3], eigenaar van het schip waarmee het Stellendamtransport heeft plaatsgevonden. In die verklaring gewaagt [getuige 3] van een gesprek met [getuige 1], dat in 1998 in een parketbusje zou hebben plaatsgevonden en waarin [getuige 1] tegen [getuige 3] over het Stellendam-transport zou hebben gezegd "dat hij zou gaan verklaren, dat die drugs van [aanvrager] waren en dat hij daar Justitie een groot plezier mee zou doen en dat hij dan strafvermindering zou krijgen", terwijl de aanvrager volgens [getuige 3] niets met die zaak te maken had en [getuige 1] dat ook zou hebben toegegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b033557f7a24e4b315c62a1cc91a6289302543be834777add4c4e33427bbfa5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b033557f7a24e4b315c62a1cc91a6289302543be834777add4c4e33427bbfa5, en de alinea staat in dat document op bytes 14414 tot 15196.