Citaat | Hoge Raad 31 januari 2006
Alinea 42 Hoge Raad 31 januari 2006
Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV0613.
6.3.1. Voorts wordt in de aanvrage de stelling betrokken dat uit nader bekend geworden feiten blijkt dat aan [getuige 1] in het kader van de door het Openbaar Ministerie met hem gesloten overeenkomst verdergaande toezeggingen zijn gedaan dan die welke aan het Hof zijn geopenbaard, te weten dat hij zijn crimineel vermogen zou mogen behouden en dat de toenmalige medeverdachte [getuige 2] "in dat kader niet zou worden vervolgd".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b033557f7a24e4b315c62a1cc91a6289302543be834777add4c4e33427bbfa5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b033557f7a24e4b315c62a1cc91a6289302543be834777add4c4e33427bbfa5, en de alinea staat in dat document op bytes 17280 tot 17722.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7b033557f7a24e4b315c62a1cc91a6289302543be834777add4c4e33427bbfa5 | shasum -a 256