Citaat | Hoge Raad 31 januari 2006
Alinea 49 Hoge Raad 31 januari 2006
Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV0613.
6.4.5. De aanvrager beroept zich er verder op (in de tweede aanvulling op de aanvrage) dat de verklaringen van [getuige 1] door diens raadsman en de Officier van Justitie zouden zijn gecorrigeerd en aangepast. Daarvoor zou steun zijn te vinden in de verklaring die [getuige 1] tegenover Belgische opsporingsambtenaren op 20 januari 2004 heeft afgelegd in de zaak tegen [getuige 2]. De suggestie die van die stelling uitgaat, te weten dat die verklaringen niet de eigen wetenschap van [getuige 1] zouden behelzen voorzover zij belastend zijn voor de aanvrager, wordt weerlegd door hetgeen [getuige 1] in datzelfde verhoor tevens heeft verklaard. Hij heeft de vraag of hij blijft bij zijn eerder afgelegde verklaringen, zoals deze zijn weergegeven in aan het proces-verbaal van dat verhoor gehechte processen-verbaal, bevestigend beantwoord. Die processen-verbaal bevatten onder meer de belastende verklaringen die het Hof tot bewijs heeft gebezigd (arrest, rov. 25.6 en 25.7).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b033557f7a24e4b315c62a1cc91a6289302543be834777add4c4e33427bbfa5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b033557f7a24e4b315c62a1cc91a6289302543be834777add4c4e33427bbfa5, en de alinea staat in dat document op bytes 21375 tot 22364.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7b033557f7a24e4b315c62a1cc91a6289302543be834777add4c4e33427bbfa5 | shasum -a 256