Citaat | Hoge Raad 28 april 2006

Alinea 32 Hoge Raad 28 april 2006

Een alinea uit Hoge Raad 28 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV0653.

3.2 Het gaat in dit geding om de vraag of de curator betaling (creditering in rekening-courant) van de bank kan vorderen van bedragen die de bank na de faillietverklaring aan een derde heeft voldaan ingevolge door de gefailleerde rekeninghouder na de faillietverklaring gegeven opdrachten tot betaling ten laste van diens creditsaldo in rekening-courant, terwijl de bank noch door publicatie van het faillissement noch op andere wijze op de hoogte was of moest zijn van het faillissement. Deze vraag is door de rechtbank in haar in cassatie bestreden vonnis ontkennend beantwoord. De rechtbank oordeelde met verwijzing naar enkele in het vonnis vermelde uitspraken dat voor het antwoord op de vraag of aanspraak bestaat op betaling aan de curator bepalend is het moment waarop de bank wist of behoorde te weten dat sprake was van een (dreigend) faillissement (vgl. art. 52 F.) en dat, nu vaststaat dat de Rabobank niet voor 30 december 2003 op de hoogte was van het faillissement van Far Beheer B.V., de curator van de Rabobank geen terugbetaling van het overgeboekte bedrag kan vorderen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f35eaf4bd13b8dd85f538988acee69a8738ef63f17d9ce928ddcb4a50cf14a6e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f35eaf4bd13b8dd85f538988acee69a8738ef63f17d9ce928ddcb4a50cf14a6e, en de alinea staat in dat document op bytes 9025 tot 10126.