Citaat | Hoge Raad 10 maart 2006
Alinea 39 Hoge Raad 10 maart 2006
Een alinea uit Hoge Raad 10 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1044.
4.5 De klacht faalt. De rechter hoeft niet in te gaan op alle door de procespartijen ter ondersteuning van hun standpunt aangevoerde stellingen. Dat geldt met name wanneer het, zoals hier, een min of meer terloops geponeerde stelling betreft, die voor het eerst en in de vorm van een laatste opmerking bij de mondelinge behandeling in hoger beroep te berde is gebracht, in het geheel niet is uitgewerkt - door de man is niet gesteld dat de vrouw de vrije beschikking had over dat onder de notaris gestorte bedrag en evenmin dat zij daaruit rente-inkomsten ontving of zou kunnen ontvangen die voor de bepaling van haar draagkracht van betekenis waren - en in het partijdebat geen enkele rol heeft gespeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fcd80f1c0e416dafd968474a0497f96fc3418f4e60a0ef9d0eafa588ba47aac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fcd80f1c0e416dafd968474a0497f96fc3418f4e60a0ef9d0eafa588ba47aac, en de alinea staat in dat document op bytes 11246 tot 11964.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7fcd80f1c0e416dafd968474a0497f96fc3418f4e60a0ef9d0eafa588ba47aac | shasum -a 256