Citaat | Hoge Raad 18 april 2006
Alinea 19 Hoge Raad 18 april 2006
Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1156.
Hij heeft hiertoe aangevoerd dat -kort gezegd en zakelijk weergegeven- verdachte bij zijn heenzending uit detentie slechts een Nederlandse versie van de dagvaarding overhandigd heeft gekregen. Verdachte is de Nederlandse taal echter niet machtig. Ingevolge artikel 14 lid 3 sub a IVBPR en artikel 6 lid 3 sub a EVRM heeft de verdachte recht op de minimumgarantie dat hij in een taal die hij verstaat op de hoogte wordt gebracht van de jegens hem geuite beschuldiging. Nu verdachte de Nederlandse taal niet machtig is doch wel de Engelse taal, had hem op grond van voornoemde artikelen bij heenzending een Engelse vertaling van de dagvaarding moeten worden overhandigd, aldus de raadsman. Op grond hiervan is de inleidende dagvaarding nietig en dient de zaak te worden verwezen naar de rechtbank opdat de zaak opnieuw in eerste aanleg behandeld kan worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c04217212699032aec9adca584971f56633479206bde69fbee6c8e25e943724c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c04217212699032aec9adca584971f56633479206bde69fbee6c8e25e943724c, en de alinea staat in dat document op bytes 6952 tot 7821.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c04217212699032aec9adca584971f56633479206bde69fbee6c8e25e943724c | shasum -a 256