Citaat | Hoge Raad 18 april 2006

Alinea 21 Hoge Raad 18 april 2006

Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1156.

Verdachte is op 7 februari 2003 door de rechter-commissaris gehoord op de vordering tot inbewaringstelling. Bij dit verhoor waren zowel een Engelse tolk als de raadsman van verdachte aanwezig. Uit het proces-verbaal van de rechter-commissaris blijkt dat verdachte desgevraagd heeft aangegeven de tolk goed te hebben verstaan en begrepen. Bij deze gelegenheid is verdachte aldus in een voor hem begrijpelijke taal op de hoogte gebracht van de jegens hem geuite beschuldiging. Hiermee is voldaan aan de in artikel 6 EVRM en 14 IVBPR genoemde vereisten. De stelling van de raadsman dat verdachte, als buitenlander aan wie in Nederland een dagvaarding wordt uitgereikt, daarenboven recht had op een vertaling van die inleidende dagvaarding in een voor hem begrijpelijke taal, vindt geen steun in het recht. Immers wordt met genoemde verdragsbepalingen beoogd dat het recht op een eerlijk proces voor verdachte wordt gewaarborgd en dat verdachte in dat kader tijdig op de hoogte wordt gebracht van de tegen hem gerichte beschuldiging, zodat hij in staat is zijn verdediging voor te bereiden. Aan die eis is in casu voldaan, nu verdachte in de Engelse taal op de hoogte is gebracht van de vordering tot inbewaringstelling en derhalve ruim negen maanden vóór de terechtzitting in eerste aanleg wist waarvan bij werd beschuldigd, hetgeen door de verdediging niet is betwist. Gelet op het voorgaande verwerpt het hof het verweer van de raadsman.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c04217212699032aec9adca584971f56633479206bde69fbee6c8e25e943724c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c04217212699032aec9adca584971f56633479206bde69fbee6c8e25e943724c, en de alinea staat in dat document op bytes 7940 tot 9391.