Citaat | Hoge Raad 18 april 2006

Alinea 23 Hoge Raad 18 april 2006

Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1156.

Op grond van eerdergenoemde verdragen was de rechtbank gehouden het verzoek tot aanhouding van de raadsman te honoreren indien de verdediging gesteld zou hebben dat verdachte dit wenste om zich op juiste wijze te kunnen verdedigen en/of daadwerkelijk kenbaar gemaakt zou hebben dat hij van zijn aanwezigheidsrecht gebruik wilde maken. Dat is echter gesteld noch gebleken. Het hof acht het voorts niet aannemelijk dat verdachte niet in staat zou zijn, indien hij dat had gewild, om ter terechtzitting te verschijnen. Van schending van enig recht als bedoeld in artikel 6 EVRM is geen sprake. De rechtbank was derhalve niet gehouden het verzoek van de raadsman te honoreren."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c04217212699032aec9adca584971f56633479206bde69fbee6c8e25e943724c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c04217212699032aec9adca584971f56633479206bde69fbee6c8e25e943724c, en de alinea staat in dat document op bytes 9758 tot 10444.