Citaat | Hoge Raad 18 april 2006

Alinea 27 Hoge Raad 18 april 2006

Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1156.

3.4. Het eerste middel berust op de opvatting dat het ontbreken van een vertaling van de inleidende dagvaarding in een taal die de verdachte begrijpt de nietigheid van die dagvaarding meebrengt. Die opvatting is onjuist. Wel behoort de rechter, indien hij van oordeel is dat de verdachte door die omstandigheid in zijn verdediging is geschaad, het onderzoek ter terechtzitting te schorsen opdat de verdachte alsnog op de hoogte kan worden gesteld van de tegen hem ingebrachte beschuldiging (vgl. HR 12 maart 2002, NJ 2002, 317, rov. 3.20.d).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c04217212699032aec9adca584971f56633479206bde69fbee6c8e25e943724c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c04217212699032aec9adca584971f56633479206bde69fbee6c8e25e943724c, en de alinea staat in dat document op bytes 11520 tot 12074.