Citaat | Hoge Raad 6 juni 2006
Alinea 155 Hoge Raad 6 juni 2006
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1633.
Antwoord: Ik schat dat ik dat briefje vier maanden voor mijn arrestatie heb gekregen. Wij zijn met zijn vieren, dat wil zeggen [medeverdachte 1], Opa, zijn zoon [verdachte] en ik bij een Chinees in Amsterdam-Noord wezen eten. Ik weet niet of Opa of [verdachte] het briefje met het adres heeft geschreven, in ieder geval heeft [medeverdachte 1] mij het briefje toen gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665, en de alinea staat in dat document op bytes 29840 tot 30226.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665 | shasum -a 256