Citaat | Hoge Raad 6 juni 2006
Alinea 182 Hoge Raad 6 juni 2006
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1633.
[Medeverdachte 1] en ik zijn toen met de Volkswagen Bora naar Heerlen teruggereden. [Medeverdachte 1] wilde absoluut naar Heerlen terugrijden, omdat er de volgende dag nog drie dingen naar [plaats] moesten worden gebracht en hij dat nog geregeld wilde hebben. Met [betrokkene 5] was afgesproken dat hij tegen 23:00-24:00 uur naar het Van der Valk hotel in Heerlen moest komen. Wij zijn toen bij [medeverdachte 6] in de auto gestapt en samen met hem naar [medeverdachte 5] gereden. Er werd besproken dat [betrokkene 4] de volgende dag in ieder geval nog een keer met de bus naar [plaats] zou rijden. Er werd gevraagd of [medeverdachte 5] eventueel zou kunnen meerijden. We zijn met [medeverdachte 6], [betrokkene 4], [medeverdachte 1] en ik naar [betrokkene 6] gereden. Ik zou iets krijgen als de container in Australië aan kwam. Ik geloof dat [betrokkene 4] 1000 gulden zou krijgen voor de rit naar [plaats].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665, en de alinea staat in dat document op bytes 35582 tot 36504.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665 | shasum -a 256