Citaat | Hoge Raad 6 juni 2006
Alinea 200 Hoge Raad 6 juni 2006
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1633.
Ik herinner me dat zijn redenen voor een website toen waren dat hij aan de mensen die hij in het buitenland zou ontmoeten kon laten zien dat hij bezig was een website op te zetten. De naam van de zaak die [verdachte] aan het opzetten was, was "[B]s". Kort voordat [verdachte] in juni of juli 2001 naar het buitenland vertrok, heeft hij mij benaderd met de vraag of hij die leegstaande fabriekshal aan de [d-straat 1] mocht gebruiken. [Verdachte] ging ermee akkoord om $ 2000 per maand voor de huur te betalen. Er is ooit één sleutel voor de fabriek aan [verdachte] gegeven. Deze werd bij hem thuis bewaard. Voor zover ik weet konden alleen zijn gezin en [betrokkene 1] bij deze sleutel. Voordat [verdachte] de sleutel kreeg, was er een gezamenlijk toetsenpaneel waarmee je toegang kreeg tot alle drie de fabriekshallen. De sloten zijn in november 2001 veranderd zodat elke hal een eigen sleutel kreeg. [Verdachte] vertelde mij dat hij van plan was een pre-paid internetverbinding aan te schaffen om op die manier elektronisch orders voor zijn zaak te kunnen ontvangen. [Verdachte] zei ook dat hij niets op zijn naam wilde hebben staan omdat hij bezig was met de claim voor schadevergoeding van [E] en hij niet wilde dat zichtbaar zou worden dat hij enige andere bron van inkomsten had. In juni of juli 2001 vertrok [verdachte] vanuit Australië naar het buitenland. Hij vertelde mij dat het doel van zijn reis was zijn vader te ontmoeten om met hem de oprichting van een zaak in motoronderdelen te regelen. [Verdachte] is vervolgens voor ongeveer drie maanden naar het buitenland vertrokken. Toen hij terug was uit het buitenland vertelde [verdachte] mij dat hij had geregeld dat er mogelijk op 16 november 2001 een container zou binnenkomen. [Verdachte] heeft de container beschreven als een scheepvaartcontainer met houten kratten erin waarin motoren zouden zitten. Ik herinner me dat [verdachte] zei dat de zending uit ongeveer 20 motoren zou bestaan en dat deze afkomstig was van een bedrijf genaamd "[F]". Hij zou ze vervolgens distribueren op grond van de bestellingen die hij op de internetsite "[B].com" zou ontvangen. Hij zou de zending niet van tevoren betalen omdat hij geen importeursvergunning had. Daarom zou hij als tussenpersoon fungeren die alleen verantwoordelijk was voor de verkoop.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665, en de alinea staat in dat document op bytes 41045 tot 43362.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665 | shasum -a 256