Citaat | Hoge Raad 6 juni 2006
Alinea 203 Hoge Raad 6 juni 2006
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1633.
Ik heb [medeverdachte 1] in Nederland ontmoet. Ik heb mijn bedrijf gefinancierd met geld van mijn vrouw. Ik heb $ 6.000 van mijn vader geleend om dat ik een auto wilde kopen. Ik heb uiteindelijk geen auto gekocht. Ik heb al het geleende geld in het bedrijf gestoken. Met [getuige 1] wordt [getuige 1] bedoeld. Het adres van [B] op het briefje is het adres van de fabriekshal."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665, en de alinea staat in dat document op bytes 43765 tot 44154.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665 | shasum -a 256