Citaat | Hoge Raad 6 juni 2006

Alinea 205 Hoge Raad 6 juni 2006

Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1633.

"Door de verdediging is aangevoerd -zakelijk weergegeven- dat de verklaringen van [medeverdachte 3], aanvankelijk tegenover de politie afgelegd, niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt omdat deze later door hem zijn herroepen en voorts omdat de verdediging onvoldoende de gelegenheid heeft gehad om [medeverdachte 3] als getuige te ondervragen omdat deze zich -in verband met een tegen hem in Nederland nog aanhangige strafzaak ingevolge artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht- tijdens zijn ondervraging ter terechtzitting van het hof van 6 augustus 2004 herhaaldelijk heeft beroepen op zijn verschoningsrecht te dier zake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665, en de alinea staat in dat document op bytes 44309 tot 44953.