Citaat | Hoge Raad 6 juni 2006

Alinea 265 Hoge Raad 6 juni 2006

Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1633.

Echter t.a.v. de verklaring van [medeverdachte 3] van 20 februari 2002 kan worden vastgesteld dat dit geen (beëdigde)(getuige)verklaring als bedoeld in art. 342 betreft, maar een verklaring afgelegd als verdachte in zijn eigen zaak en in die zin "slechts" een bewijsmiddel in de zin van art. 344, een overig schriftelijk bescheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665, en de alinea staat in dat document op bytes 61158 tot 61503.