Citaat | Hoge Raad 6 juni 2006
Alinea 271 Hoge Raad 6 juni 2006
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1633.
Zelfs indien uw Hof er bij de beoordeling van de zaak vanuit gaat dat de verdediging gebruik heeft kunnen maken van haar ondervragingsrecht en de verklaring van [medeverdachte 3] ook overigens voor het bewijs gebruikt kan worden, ik kom hier verderop op terug, dan nog is alleen de verklaring van [medeverdachte 3], afgelegd als verdachte in zijn eigen zaak, en derhalve te beschouwen als een overig schriftelijk bescheid in de zin van 344 lid 1 sub 5, nu deze op het punt van de vermeende opzet, de wetenschap van cliënt, niet door enig ander bewijsmiddel wordt bevestigd, niet voldoende om tot het wettig en overtuigend bewijs te komen dat cliënt zich opzettelijk aan de uitvoer van 104 kilo XTC heeft schuldig gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665, en de alinea staat in dat document op bytes 62428 tot 63165.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665 | shasum -a 256