Citaat | Hoge Raad 6 juni 2006

Alinea 288 Hoge Raad 6 juni 2006

Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1633.

Als getuige ten overstaan van de NL RC op 11 juli 2003 geeft [medeverdachte 3] voorts aan dat hem bij zijn verhoren in Duitsland door de Nederlandse politiemensen vragen werden gesteld waarbij de antwoorden min of meer vooraf werden geformuleerd. Hij hoefde alleen maar ja of nee te zeggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665, en de alinea staat in dat document op bytes 66506 tot 66810.