Citaat | Hoge Raad 6 juni 2006
Alinea 336 Hoge Raad 6 juni 2006
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1633.
Een eventuele bewezenverklaring in de onderhavige zaak en een daarop volgende veroordeling zou in beslissende mate berusten op de door [medeverdachte 3] afgelegde verklaring dat cliënt van de aanwezigheid van de XTC in de motoren op de hoogte was. Het bewijs van cliënt's betrokkenheid vindt geen rechtstreekse steun in andere bewijsmiddelen dan de verklaring van [medeverdachte 3].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665, en de alinea staat in dat document op bytes 75805 tot 76203.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665 | shasum -a 256