Citaat | Hoge Raad 6 juni 2006
Alinea 338 Hoge Raad 6 juni 2006
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1633.
I.c. is van alles gedaan om de verdediging daartoe in de gelegenheid te stellen maar dat alles heeft er uiteindelijk niet toe geleid dat de verdediging haar ondervragingsrecht daadwerkelijk heeft kunnen effectueren nu [medeverdachte 3] zich als getuige, zowel bij de Rc als ter terechtzitting op 6 augustus jl., ten aanzien van elke inhoudelijke vraag op zijn verschoningsrecht heeft beroepen en op gerichte vragen geen antwoord heeft willen geven (zie pv. Zitting Hof 6 augustus 2004 waarin de door de verdediging gestelde en niet beantwoorde vragen expliciet zijn geformuleerd)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665, en de alinea staat in dat document op bytes 76495 tot 77088.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665 | shasum -a 256