Citaat | Hoge Raad 6 juni 2006
Alinea 349 Hoge Raad 6 juni 2006
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1633.
De verdediging heeft, ondanks dat zij daar alle mogelijke moeite voor heeft gedaan en justitie al het redelijkerwijs mogelijke heeft gedaan om de verdediging die gelegenheid te bieden, geen daadwerkelijk gebruik kunnen maken van haar ondervragingsrecht nu [medeverdachte 3] zich ttz en ten overstaan van de RC ten aanzien van elke inhoudelijke vraag op zijn verschoningsrecht heeft beroepen. Onder deze omstandigheden mag de verklaring van [medeverdachte 3], die in ieder geval voor wat betreft het betwiste punt van de opzet van cliënt niet door andere bewijsmiddelen wordt ondersteund, niet voor het bewijs worden gebezigd en zal vrijspraak wegens onvoldoende wettig en ook verdragsrechtelijk genoegzaam bewijs, moeten volgen. Art 6 EVRM fair trial.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665, en de alinea staat in dat document op bytes 80013 tot 80779.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665 | shasum -a 256