Citaat | Hoge Raad 6 juni 2006
Alinea 357 Hoge Raad 6 juni 2006
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1633.
4.7. In aanmerking genomen dat [medeverdachte 3] als getuige is opgeroepen en is gehoord ter terechtzitting van het Hof en dat de verdediging gelegenheid heeft gehad om over die getuige, diens eerder afgelegde verklaringen en over hetgeen hij ter terechtzitting heeft verklaard naar voren te brengen wat zij noodzakelijk oordeelde, kon het Hof met inachtneming van hetgeen hierboven onder 4.6 is vooropgesteld, voor het bewijs gebruik maken van de verklaring van [medeverdachte 3], zoals tegenover de politie afgelegd. Dat het Hof verder heeft overwogen dat die verklaring voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen, moet daarbij worden gezien als een overweging ten overvloede, waarmee het Hof kennelijk tevens heeft willen uitdrukken dat en waarom het de tot het bewijs gebezigde verklaringen van [medeverdachte 3] voldoende betrouwbaar achtte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665, en de alinea staat in dat document op bytes 83534 tot 84397.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665 | shasum -a 256