Citaat | Hoge Raad 6 juni 2006
Alinea 360 Hoge Raad 6 juni 2006
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1633.
De verdachte, die zich ten tijde van de aanzegging in voorlopige hechtenis bevond, heeft op 14 december 2004 beroep in cassatie ingesteld. De zaak is ter terechtzitting van de Hoge Raad van 3 januari 2006 voor de eerste maal behandeld, hetgeen ertoe leidt dat de Hoge Raad uitspraak doet nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dat moet leiden tot strafvermindering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665, en de alinea staat in dat document op bytes 84586 tot 85110.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcb00cff413c7f0c1f36b8586499fb8881e072e8aea459410ad40314cbce6665 | shasum -a 256